Katee Keller

Heated Rivalry ontmoet Sons of Anarchy – een boek dat je niet kunt wegleggen!

Het geronk van mijn motor onder me en het geluid van alle motoren achter me was het eni-ge dat me ervan weerhield om ervandoor te gaan. Naar de begrafenis van mijn ouwe heer gaan was niet bepaald mijn idee van een geslaagde zaterdagbesteding. 'Ben je er klaar voor?' riep Slim boven het geluid van honderden stationair draaiende mo-torblokken achter ons uit. Terwijl ik mijn hoofd schudde — nee — bleef ik zitten en liet de trillingen van de motoren mijn geest vullen en leegmaken. Er was geen keuze. Ik moest gaan. En ik moest eruitzien als de perfecte zoon, rouwend om zijn vader. Als president en oprichter van de hele verdomde Iron Hunters-club was mijn vader een alom gerespecteerde, geliefde psychopaat. Ik haalde diep adem, trok het gas open en liet mijn motor brullen, wat een kettingreactie veroorzaakte die de lucht vulde met lawaai en rook. Toen het enkele minuten later ophield, knikte ik naar de rijder van de enige motor die nog voor me stond. Moose, de beste vriend van mijn pa en een van de oprichters van de club, reed de bochtige landweg op die langs het clubhuis liep. Ik reed achter hem aan naar buiten. Twee agenten van de State Patrol op motoren wachtten verderop op de weg om de club te escorteren. Over de hele lengte van de lange, kronkelende weg stonden politie, hulpverleningsvoer-tuigen en zelfs een paar Hummers van de National Guard te wachten om in de stoet aan te sluiten. De wegen van het clubhuis naar de begraafplaats waren afgezet. Acht lange kilometers, dwars door de stad, volledig bewaakt door mannen in uniform. Een vertoning voor het volk, totaal onnodig. Niemand in dit stadje zou deze begrafenisstoet hebben doorkruist, met of zonder politieaanwezigheid, ongeacht hoeveel haast ze ook hadden. Motoren, trikes, en achteraan grotere voertuigen vulden het terrein waarop het clubhuis stond. Volgens het laatste bericht dat ik kreeg, stonden er meer dan driehonderd motoren, om nog maar te zwijgen van de tientallen andere voertuigen. Iedereen van elke charter van de Iron Hunters was gekomen, evenals afvaardigingen van clubs uit het hele land; clubs waarmee mijn ouwe heer bondgenootschappen en vriendschappen had. Had. Het kwam nu allemaal op mij neer. De bondgenootschappen. De vijanden. Ik wenste dat ik een peuk had opgestoken voor we vertrokken, terwijl ik achter de lijkkist aan reed. We hadden een speciale mini-lijkwagen laten maken met glazen wanden, voor de kist waar mijn ouwe heer in lag. Moose trok hem voort met de trike. Het was moeilijk om ergens an-ders naar te kijken dan naar het glas met de kist van mijn vader. Zijn lichaam. We begaven ons naar het kruispunt van de hoofdweg die door het stadje Melon Hills liep. Grote politiewagens hielden het overige verkeer tegen zodat onze stoet zonder te stoppen kon door-rijden. Gezien het aantal motoren zou het een kwartier of langer duren voordat iedereen gepasseerd was. Mensen stonden langs de straten, hun telefoons op ons gericht. Ik hield mijn blik strak vooruit, mijn kaken op elkaar geklemd. We waren niets anders dan een schouwspel voor hen. Een verzetje in de middelmatigheid van hun leven. Normaal gesproken vond ik het niet erg om deel uit te maken van dat schouwspel, maar vandaag voelde het anders. Het vieren van het leven van een man die ik haatte en van wie ik moest doen alsof ik hield, was te veel. Zelfs voor mij. De rit naar de begraafplaats duurde niet lang genoeg. Het zou veel langer duren voordat de hele stoet was gearriveerd dan dat de rit zelf duurde. En dan moesten we nog wachten tot de menig-te het graf bereikte. Wat een pokkendag. Moose reed naar binnen; de poorten werden bewaakt door nog twee agenten op motoren en de begraafplaats was leeg. Niemand mocht naar binnen, behalve onze club en genodigden. Die dikke ouwe Moose wist precies waar hij heen moest. Ik had hem al die shit laten re-gelen. Hij dacht dat de zon uit de reet van mijn ouwe heer scheen, dat had hij altijd al gedacht. Ver-domme, als ik ze niet allebei zo goed had gekend, zou ik hebben gedacht dat ze minnaars waren geweest. Geen schijn van kans dat mijn verdomde vader homo was, dat dan weer wel. Nadat mijn ma was overleden, had hij een constante rij clubvrouwen om zijn bed warm te houden. Bij veel clubs in het land mochten vrouwen tegenwoordig ook een patch dragen, maar homo zijn in een MC? Nee. Dat was nog steeds totaal verboden, ook al werd er niet veel over gepraat. Als je bij een club wilde, ging je maar bij een homoclub. Zo was het nu eenmaal. Moose was geen slechte vent. Hij was er altijd geweest, Uncle Moo. Hij hield de ouwe een paar keer bij me vandaan als die te veel gedronken had. Terwijl ik achter hem aan reed over de slingerende weg van de begraafplaats, vond ik het eigenlijk niet erg dat hij de leiding had genomen bij de dienst. Hij had zijn eigen afsluiting nodig. Mijn moeder was tenminste al dood, veilig voor de vuisten en de kritiek. Jezus, je klinkt als een jankend wijf in een talkshow. Raap jezelf bijeen. Moose parkeerde aan de kant van het kleine weggetje op de begraafplaats, op de plek die het dichtst bij het open graf lag. Ik parkeerde achter hem, met Slim naast me. De charterleden par-keerden bij ons, de leden van de tafel die het dichtstbij stonden. Ik zwaaide mijn been van mijn chopper en zag hoe de motoren achter ons tot aan de ingang van de begraafplaats werden gepar-keerd. Het was tenminste mooi weer. In deze tijd van het jaar was het in Tennessee altijd maar de vraag. Oktober was over het algemeen bloedheet of ijskoud en regenachtig. Voor het moment had-den we iets daar tussenin, wat wel aangenaam was. Daarna begonnen ze de volgende rij te vullen. Zij zouden verder moeten lopen. We wachtten tot iedereen binnen was. Het duurde ongeveer zoals ik had verwacht: vijftien minuten om elk voertuig de begraafplaats op te krijgen. Degenen die ver weg parkeerden zouden de stoet niet zien, maar dat waren mensen die minder belangrijk waren voor de charter of mijn vader. Ze waren er alleen maar voor de vorm, alsof het mij wat kon schelen. Het was niet zo dat ik geen trots voelde over de opkomst. Mijn club was door de hele States bekend, ook al waren we een kleinere organisatie. We werden gerespecteerd, soms gevreesd, soms gehaat, maar we waren bekend. De opkomst om mijn pa uit te luiden bewees dat onze club, als het niks anders deed, in ieder geval respect afdwong. Respect verzachtte de haat echter niet. Dat kon alleen de tijd doen. Moose liep om de aanhanger heen en ontgrendelde de glazen kist, haalde het deksel eraf en zette dat opzij. Ik keek rond over het kerkhof. Het gat was al gegraven. We deden geen dienst ge-volgd door een begrafenis. Het was alles aan het graf, en daarna een feest in het clubhuis. Slim, Moose en ik stelden ons op aan de ene kant van de kist, en drie andere levenslange leden van onze charter, mannen die het grootste deel van hun leven met mijn vader hadden gereden, stelden zich op aan de andere kant. 'Matthew, Granger, Mickey. Bedankt dat jullie dit doen,' zei ik, een beetje bezorgd of die stokoude Granger het wel kon tillen. Daarom stond hij in het midden. Mickey knikte. 'We zijn vereerd dat je het vroeg.' Ze reden al langer bij de club dan de dertig jaar dat ik op de wereld was. Toch hadden ze zich allemaal tot mij gewend op het moment dat we hoorden van het ongeluk van pa. Alsof het mijn erfgoed was. Dat was het ook. Hij had de club opgericht. Ik zou hem voortzetten. Maar ik zou verdomd zijn als zijn nalatenschap met mij mee zou rijden. Iron Hunters was nu mijn club. Ik zou hem de beste koers op sturen die ik kon. We tilden de kist op — geen gemakkelijke klus. Pa was een fors gebouwde man geweest. Mijn gedachten gingen op nul terwijl we naar het graf liepen. Mijn maag kromp ineen en mijn huid werd klam en vochtig toen we de kist op de daler zetten. Mijn ouwe heer was een klootzak. Hij was kil, gebruikte zijn vuisten te graag en stuurde de club een richting op waar ik hem met hand en tand uit zou moeten terugslepen. Maar verdomme. Hij was wel mijn pa. Hoe hoorde ik me te voelen? Opluchting? Pijn? Tot nu toe was het vooral gevoelloosheid, met af en toe een vlaag van woede. 'Gaat het?' mompelde Slim terwijl we achteruit liepen. 'Nee.' Ik kon er nu niet op ingaan. Hij zei verder niets, maar ik wist dat hij er voor me was. Hel, hij was er erger aan toe dan ik. Hij wist dat mijn ouwe heer hard voor me was als kind, maar ik had hem nooit verteld hoe erg het precies was. Pa en Slim deden een beveiligingsklusje. Gewoon wat spierballenvertoon. Een lokale nieuwslezeres had een stalker die de politie niet te pakken kreeg. Dus deed ze wat iedereen deed. Ze ging naar de MC. En de MC loste het probleem op. Slim en pa leverden die idioot af bij het politiebureau. Als hij wat botbreuken had, was dat dan hun schuld? Het was een makkie, snel verdiend geld. Op weg naar huis werd pa aangereden door een dom wijf in haar minivan, met twee slapende kinderen op de achterbank. Hij was op slag dood. Slim had het allemaal gezien. Hij had gezegd dat die vrouw zo kapot was van wat er gebeurd was, dat hij haar niet kon vermoorden. Vooral niet waar haar kinderen bij waren. Ze had daarna contact met me gezocht, ze kreeg bijna geen woord uitgebracht van het snikken. Het feit dat ze hem gedood had, zou haar de rest van haar leven achtervolgen. Ik had de club daar ook van weten te overtuigen. Haar in leven laten met de wetenschap van wat ze gedaan had, was een grotere straf dan alles wat wij haar konden aandoen. Het enige wat we hadden kunnen doen om haar nog dieper te raken, was haar kinderen wat aandoen. Maar wij deden kinderen geen pijn. Nooit. Moose hield de openingstoespraak. Ik hoorde er geen woord van. Ik stond bij de kist van mijn vader en mijn hoofd gonsde terwijl andere clubleden die van pa hielden spraken. Ik hoorde geen woord en bleef afwezig tot het moment dat hij in de grond werd gelaten. Hij was gestorven in zijn cut, en Moose had ervoor gezorgd dat hij die in de kist droeg. Zo hoorde een clublid altijd be-graven te worden. Met zijn cut. Slim overhandigde me de voorzittershamer van pa. Ik draaide hem een paar keer rond in mijn handen terwijl we toekeken hoe de kist helemaal tot onderin het gat zakte. De machine stopte, dus ik stapte naar voren. Soms vonden mensen het fijn om aarde of bloemen te gooien. Ik smeet pa's hamer in het gat en sloot mijn ogen toen er een harde klap klonk: hout op hout. Met een vuist op mijn hart deed ik een stap naar achteren. Bij de eerste begrafenis van de Iron Hunters, een maand nadat hij zijn patch had gekregen, had mijn pa zijn vuist op zijn hart gelegd. Sindsdien was dat bij elke begrafenis van de Hunters gedaan. Ik bleef staan terwijl elke charter-president naar voren liep en het een of andere sentimentele voorwerp in het gat gooide. Iets wat hen met pa verbond. Weer een traditie die de ouwe ergens gaandeweg was gestart. De club was mijn familie en mijn leven, maar verdomme, wat was ik er aan toe om onder zijn schaduw vandaan te komen. Tijd om de boel op te schudden. Mijn gedachten dwaalden af naar mijn plannen en mijn dromen, terwijl de rest van de men-sen die van mijn pa hielden afscheid namen. Uiteindelijk legde Slim een hand op mijn schouder. 'Laten we gaan.' Knikkend tilde ik mijn hoofd op om hem in de ogen te kijken. 'Ja.' Een steek van pijn schoot door mijn hart, heel anders dan de doffe pijn rond de dood van mijn vader. Moose volgde ons naar buiten. Iemand had de aanhanger losgekoppeld en weggehaald tijdens de teraardebestelling. Terwijl ik op mijn motor stapte, keek ik om naar de menigte die achter ons aan kwam. Ze verwachtten een knalfeest in het clubhuis. Ik schopte mijn standaard omhoog en keek achterom. De menigte stelde zich achter me op, langs het graf, iedereen met iets om erin te gooien. Tegen het einde waren het bloemen. Daarna zouden ze direct naar hun voertuig gaan en naar het feest rijden. Het leven vieren. Verdomme. De rit terug naar de club was net zo belachelijk als de eerste. De twee agenten op motoren voor me knikten nadat ze een soort bevestiging via hun oortjes hadden gekregen. Ze hadden de wegen waarschijnlijk vrijgemaakt. Maak plaats voor de grote, boze motorrijders. Bij het clubhuis nam ik mijn plaats in aan de tafel, met Slim aan mijn rechterhand. Hij over-handigde me de president-patch, gloednieuw, en een naaigerei. Terwijl de kamer volstroomde, naaide ik de patch op mijn cut. Ik zou hem op een andere dag wel door de vrouw van Mickey fat-soenlijk laten vastzetten, maar het was ook weer een traditie dat ik hem er zelf op zette. Slim naaide tegelijkertijd zijn eigen patch op. Vice President. Toen ik klaar was, keek ik om de tafel naar onze rangen terwijl ik mijn cut weer aantrok. We zouden de boel een beetje moeten opschudden. Het was goed voor de club om de verhouding-en te herzien wanneer een nieuwe leider de hamer overnam. Te horen aan de geluiden was het feest buiten in het hoofdgedeelte van het huis al be-gonnen. Ons heiligdom was doodstil terwijl elk lid me aanstaarde. 'Ik weet nog dat deze kamer een woonkamer was, aan de voorkant van het huis. Er zaten grote erkers in,' ik spreidde mijn armen langs de muur waar een gigantisch schilderij van onze cut en rockers hing. 'En bleekgroen behang. Dat weet ik nog steeds.' Moose grinnikte en knikte. 'Ik dacht dat ik dat verdomde behang nooit van de muren af zou krijgen.' De mannen in de kamer glimlachten; iedereen dacht terug aan de eerste keer dat ze het chap-terhuis binnenstapten. 'Ik kan het me nauwelijks herinneren.' Slim schudde zijn hoofd. 'Ik weet niet hoe jij al die shit onthoudt, man.' Mickey grinnikte. Hij was een paar jaar nadat mijn ouwe heer en Moose de boel waren ges-tart bij de club gekomen. Niet vroeg genoeg voor een oprichters-patch, maar het scheelde weinig. 'Zo is hij altijd al geweest. Hij bezorgde zijn vader vroeger altijd problemen bij zijn moeder.' Moose barstte uit in lachen. 'Paulie leerde je al snel uit het clubhuis te houden.' Schuddend met mijn hoofd glimlachte ik, maar ik voelde geen vreugde. Alleen verdriet. Spijt. 'Dat weet ik nog.' Niets om om te glimlachen. Ik was zo jong dat ik het me nog maar net he-rinnerde, maar hij had me de pleuris geslagen omdat ik vroeg wie die mevrouw was die hij in het clubhuis aan het kussen was. Het was het eerste pakslaag dat ik me kon herinneren. Daarna hield hij me uit de buurt om de verdomde blauwe plekken te verbergen. 'Matthew, Granger, Mickey.' Ik keek naar de mannen die het lichaam van mijn vader had-den gedragen. Het waren goede mannen, loyaal. Maar ze waren vooral loyaal aan hem. Mickey had echter een goed verstand. Hij had mijn wens om de club legaal te laten gaan altijd gesteund. 'Jullie weten dat de dingen gaan veranderen.' Ik keek eerst naar Granger. De oude man liep op zijn verdomde laatste benen. Hij was lid geworden toen ik een kind was en zag er toen al uit alsof hij met één been in het graf stond. 'Granger, het is tijd voor je pensioen, man. Ga van de kleinkinderen genieten. Weekend warrior, ouwe.' Grangers gezicht vertrok in een brede grijns. 'Je haalt me de woorden uit de mond. Ik ben er klaar voor om jullie jongelui het management te laten overnemen.' Zijn rimpels rond zijn ogen werden dieper. 'Het is tijd.' Hij had zijn Vice President-patch al verwijderd. Hij wist dat ik Slim met me mee zou brengen. Knikkend wendde ik me tot Matthew. 'Je hebt het geweldig gedaan als secretaris en pen-ningmeester.' 'Het is goed zo, Ward,' antwoordde hij. 'Het is een nieuwe dag.' Knikkend keek ik tot slot naar Mickey. Twee decennia ouder dan ik, maar hij had de club nog veel te bieden. 'Mick.' Hij ging rechtop zitten. 'Ik wil dat je mijn Road Captain wordt,' zei ik. 'Je bent al vele jaren Sergeant at Arms. Tijd voor de volgende stap.' Zijn ogen werden groot. Dat had hij niet verwacht. 'Reken maar, Prez. Jazeker.' 'Bruise,' zei ik, kijkend naar een relatief nieuwe patch. Hij was een paar jaar na mij en Slim bij de club gekomen, maar anders dan wij was hij niet in de club opgegroeid. Wij hadden onze patch gekregen zodra we achttien werden. We hoefden niet eens prospect te zijn. Zijn wenkbrauwen gingen omhoog. 'Ja?' 'We zouden graag willen dat jij de nieuwe Sergeant at Arms en Enforcer van de club wordt.' De tafel barstte uit in gejuich en gelach. De bijnaam van Bruise was hem niet zomaar komen aanwaaien. Die klootzak hield van vechten, maar in het begin bakte hij er niks van. Hij had pak rammel na pak rammel gekregen voordat hij het eindelijk doorhad. Na verschillende handdrukken en stevige schouderklopjes te hebben ontvangen, knikte Bruise naar me. 'Ik doe het.' Knikkend draaide ik mijn hoofd naar Benny. Bennet Grindstaff, mijn oom. De broer van mijn moeder. Hij had mijn vader gehaat. De laatste paar jaar was hij nomad geweest, omdat hij het niet op kon brengen aan tafel te zitten met de man van wie hij dacht dat die zijn zus had vermoord. 'Uncle B. Ik ben blij dat je terug bent.' De tafel echode mijn gevoel. Hij was een geliefd lid van onze charter geweest, en hoewel de meesten geen idee hadden waarom hij weg was gegaan, was iedereen blij dat hij terug was. Ik noemde hem al zo lang Uncle B dat de bijnaam was blijven hangen. 'Jongen, je hebt geen idee hoe blij ik ben om terug te zijn.' Hij schudde zijn ravenzwarte haar. 'Ik haatte het nomad-bestaan.' Hij had me verteld dat hij de meeste tijd bij de charter in Chattanooga had doorgebracht en had overwogen daar een patch te nemen, maar hij kon het niet over zijn hart verkrijgen. Hij was een oprichter, droeg de patch met trots en hoorde thuis in Melon Hills. 'Secretaris en penningmeester?' vroeg ik. Toen hij knikte, barstte de tafel weer uit in gejuich om de verandering in de leiding. De meeste mensen zouden er blij mee zijn. Ik had lang en diep nagedacht over hoe ik de club het beste vooruit kon helpen, en deze mannen zouden hun best doen om mijn plannen tot uitvoer te brengen. Iedereen stond op en schoof rond terwijl de nieuwe leiding van de Iron Hunters hun plek aan de tafel innam. Alleen Matthew bleef achter zonder functie bij de club. Zijn vrouw was onlangs bij hem weggegaan en had de kinderen meegenomen. Hij hield het niet vol in hun oude huis en was terug verhuisd naar het clubhuis. 'Ik heb nog twee benoemingen,' zei ik, hopend dat mijn idee Matty niet voor de kop zou stoten. 'Ik heb hier lang en breed over nagedacht.' Ik friemelde aan mijn gloednieuwe hamer terwijl ik mijn woorden zorgvuldig overwoog. 'Matt.' Hij keek me verrast aan. Hij zat niet meer in de leiding en had waarschijnlijk geen functie meer verwacht. 'Het lijkt me dat we hier wat organisatie nodig hebben. Deze plek wordt elke dag voller. Prospects, leden die hier wonen. We hebben man-agement nodig.' Matt leunde achterover en keek me onderzoekend aan. Omdat hij bij ons verbleef, zorgde hij er toch al voor dat de boodschappen werden gedaan en de wc's werden geschrobd. Vooral nam hij de prospects onder zijn hoede en hield hen bezig en uit de problemen. De meesten van hen woonden tijdens hun prospectjaar in het clubhuis. 'We hebben er nog nooit een gehad, maar ik hoopte dat jij de positie van Prospect Manager op je zou willen nemen.' Ik haalde de speciaal gema-akte patch uit de binnenzak van mijn vest en hield hem omhoog. 'Wat zeg je ervan?' Matthew sloeg met zijn handen op de tafel. 'Ik zeg dat ik dat werk al jaren doe. Wordt ver-domme eens tijd dat je me de erkenning geeft die ik verdien, jij jonge klootzak!' Het gejuich, geschreeuw en gelach blies dit keer bijna de deur uit de sponning. Hij liep naar voren, griste de patch en het naaigerei uit mijn handen en schudde toen mijn hand. Ik stak mijn hand op en keek de tafel af naar de positie tegenover de President. Moose, mijn Uncle Moo. Technisch gezien had zijn werk voor de club geen titel. De positie die hij bekleedde kon je niet adverteren. Cleaners waren onmisbare leden van elke club, maar kregen de minste lof en erkenning. 'Uncle Moo.' Ik was de enige die hem ooit zo noemde. Zijn bijnaam was niet aangeslagen zoals die van mijn Uncle B. Moose was trouwens geen oom, maar familie was niet altijd bloedverwant. 'Jouw baan is de meest ondergewaardeerde in de geschiedenis van MC's.' Hij knikte. Hij wist hoe belangrijk hij was. 'Dat is zo.' Iedereen in de kamer wist wat hij deed. En iedereen wist dat je er niet over mocht praten. Moose kende elk vuil geheim dat de charter van Melon Hills ooit had gehad. Als iemand buiten deze kamer daarachter zou komen, was hij een dode man. Ik haalde nog een patch uit mijn zak en schoof die over de tafel. Hij hield hem omhoog zodat iedereen hem kon zien. 'Ik wil dat je de chaplain wordt,' zei ik. 'Hou hun hoofden in de gaten, hun harten, en vooral hun welzijn als ze de bak in gaan.' De functie van chaplain had niets met religie te maken, niet echt. Als een lid gelovig was, was dat zijn keuze en werd dat meestal aangemoedigd. Maar soms hadden ze hulp nodig om in het reine te komen met hun club, hun werk, hun familie en hun goden. Dat was waar de chaplain om de hoek kwam kijken. Het was me door de jaren heen opgevallen dat die ouwe Uncle Moo de persoon was naar wie iedereen toeging met hun persoonlijke problemen. Hij was de vertrouwenspersoon van de club. Chaplain was perfect voor hem. De groep barstte dit keer niet uit in gejuich. In plaats daarvan bogen ze hun hoofd voor de man die ze allemaal liefhadden en respecteerden. En vreesden. 'Moose,' riep Slim met een diepe stem. Bijna een blaf. De rest van de kamer herhaalde het met een yell. 'Ik denk dat ik ja zeg,' zei hij lachend. 'Ik krijg toch wel loonsverhoging?' Lachend schudde ik mijn hoofd. 'Bezuinigingen, mijn beste vriend. Bezuinigingen.' Ik pakte mijn hamer, staarde er een seconde naar en sloeg hem toen hard op tafel. 'Ga naar buiten en vier het leven van mijn ouwe heer, en de toekomst van onze club.' Ze schreeuwden het weer uit op weg naar buiten, terwijl er overal knuffels en felicitaties werden uitgedeeld. Ik zag de nieuwe lichting prospects achter de bar staan, die drankjes serveerden aan de menigte, die begon te juichen toen de charter van Melon Hills de kamer binnenstapte. Uncle B keek om naar mij en Slim. 'Komen jullie?' 'Zo meteen,' zei Slim. 'We moeten even over de ouwe lullen.' Het idee om alleen te zijn met Ward gaf me vlinders, voor zover dat zin had. Het was niet alsof alleen zijn met Ward tot iets zou leiden. Mijn oom knikte. 'Is goed.' Hij trok de deur achter zich dicht, waardoor het meeste lawaai werd buitengesloten. 'Gaat het?' vroeg ik aan mijn beste vriend, maar ik vermeed het om in zijn ijsblauwe ogen te kijken. Hij zuchtte. 'Ja, maar we moeten praten.' Hoofdstuk twee Slim Er was tijdens de vergadering niet veel gezegd over mijn overstap naar de functie van VP, maar dat had ik ook niet verwacht. Er was niet echt een andere keuze toen Paul stierf. Ward klom op naar Prez en ik was zijn rechterhand. Dat was ik altijd al geweest. Zelfs als kinderen pakte dat gewoon zo uit. Hij was een geboren leider. Ik was niet bepaald wat ze een volger noemen, maar voor Ward had ik altijd geweken. Nu we alleen waren, hield Ward zijn hoofd schuin naar me toe. 'Wat vreet er aan je, Slim?' Ik keek naar mijn beste vriend en nieuwe president. Hij had zijn hoofd speciaal kaalgeschoren voor de begrafenis, iets wat hij slechts af en toe deed. Hij was er laks mee en liet zijn aardbeiblond haar meestal opstomen tot een donslaagje voordat hij de tijd nam om het glad te sche-ren. Zijn strakke baard, niet veel meer dan stoppels, accentueerde zijn messcherpe kaaklijn. Ik koos voor eerlijkheid en hield mijn stem vlak. 'Je oude heer zien sterven. Dat vreet aan me.' Ward knikte en keek me eindelijk recht aan. Hij deed al een paar dagen vreemd tegen me, ontweek mijn blik en liep de kamer uit als het erop leek dat we samen alleen zouden zijn. 'En hoe jij erop reageerde.' 'Hoe had ik dan moeten reageren?' vroeg hij met een uitdagende toon. 'Ik weet het niet, man, maar niet door het totaal te negeren. Ik was te jong om me te herin-neren dat mijn ouwe de pijp uitging, maar je moet rouwen, man. Je moet het er op een gegeven moment uitlaten.' Hij had het nog niet onder ogen gezien. Daar was ik zeker van. 'Slim,' zei Ward, terwijl hij vooroverleunde met zijn onderarmen op de tafel. Hij haalde een sigaret tevoorschijn en bood er mij ook een aan. Ik nam hem aan en stak ze allebei aan met een Zip-po uit mijn zak. Hij nam een diepe trek voordat hij verderging. 'Mijn oude heer was een klootzak, een echte klootzak. Ik word heen en weer geslingerd tussen opluchting dat hij weg is, zenuwen over waar ik met de club heen wil, en verdriet omdat hij er niet meer is. Mijn emoties zitten allemaal in mijn hoofd. Val me er niet mee lastig.' Ik hief mijn handen op als teken van overgave. 'Oké. Zolang je zelf maar weet waar je staat, dat is het belangrijkste.' Hij knikte en leunde achterover, terwijl hij me aankeek en aan zijn sigaret trok. 'Was dat het?' vroeg hij koeltjes. 'Nee.' Ik keek naar zijn gezicht en zuchtte. Ik kon niet krijgen wat ik wilde, maar ik kon hem wel geven wat hij wilde. 'Ik ga je steunen.' Zijn wenkbrauwen schoten omhoog. 'Serieus?' Terwijl ik een puf rook naar het plafond blies, knikte ik. 'Ja. Ik weet dat het een grote beslissing voor je was om mij erbij te halen, zelfs terwijl ik in zo'n belangrijke kwestie tegen je stemde. Ik heb er lang en diep over nagedacht, en ik heb een idee.' 'Oké,' zei hij, terwijl hij zijn sigaret afruiste in de asbak die op tafel stond. 'Zeg het maar.' 'Je wilt de club legaal maken. Legaal verdienen. Ik wil het bedrag blijven verdienen dat ik gewend ben.' Ik had kinderen, kinderen die ik nooit te zien kreeg, maar toch. Mijn wijf was de grootste fout van mijn leven geweest. Ze was niet in de wieg gelegd voor het clubleven, en ik was niet in staat om het achter me te laten. Niet voor al het geld of alle seks in de wereld. Maar ze was jong geweest, sexy, en ik dacht dat ze me de dingen zou laten vergeten die ik diep vanbinnen verlangde. Dat deed ze niet. Ik kwam één keer te vaak bebloed thuis en ze smeerde hem, met mijn ba-by's in haar kielzog. Vechten voor de voogdij bracht me te veel in het vizier van de wet, en niets anders dan de club verlaten zou me tijd met mijn kinderen opleveren. Ik had gedacht dat geld het wel zou regelen, maar ik had honderdduizenden dollars naar dat mens gesmeten en ze wilde het niet aannemen en gaf geen krimp. In plaats daarvan was ik begonnen het in het bos te verstoppen, als een voorraad voor hun toekomst. Als zij het niet wilde aannemen, dan zou ik het rechtstreeks aan hen geven. De instructies om het te vinden lagen in de kluis van de club, voor het geval ik zou komen te overli-jden. 'Louann laat me niet in de buurt van mijn kinderen zolang we crimineel bezig zijn,' zei ik. 'Hoe weinig het me ook boeit wat die heks met haar leven doet, ik wil mijn kinderen terug.' Hij knikte. 'Dat begrijp ik.' Hij had zelf geen kinderen, maar hij had het gemis van de mijne gevoeld. Ze waren dol geweest op hun Uncle Ward. 'Ik ben blij dat je meedoet. Wat is je idee?' 'We smokkelen al heel lang sigaretten. We zijn er altijd in geslaagd om buiten de drugs te blijven, wat geweldig is, maar illegale sigaretten zijn gevaarlijker dan we ooit hadden verwacht. Jij wilt legaal gaan, met die garage beginnen, en dat is respectabel werk. Ik vind dat we dat nog steeds moeten doen.' 'En de tattooshops,' voegde hij eraan toe. 'Ja, daar sta ik voor de volle honderd procent achter. We hebben veel leden en we hebben gevarieerde investeringen nodig om ze allemaal bezig te houden.' Hij knikte en wachtte tot ik verderging. 'Ik wil in de seks,' zei ik vlak. Zijn wenkbrauwen schoten omhoog. 'Seks?' 'Seks.' Ik leunde voorover en legde mijn handen plat op de tafel terwijl de rook van mijn peuk omhoog kringelde. 'Luister naar me. We beginnen met het maken van porno, maar in plaats van dat we die kerels betalen om in de films te spelen, betalen zij ons.' 'Waarom zou een pornoacteur ons in godsnaam betalen om in een film te spelen?' vroeg hij, duidelijk mijn bedoeling niet begrijpend. 'Omdat het geen acteurs zijn. Het zijn gewone mensen. Viezeriken, man. Mannen die in die porno's willen spelen, die willen dat een pornoster hen afpijpt.' 'Prostitutie,' fluisterde hij. 'Legale prostitutie. En we kunnen waarborgen inbouwen voor de klanten, zoals maskers dragen, of we kunnen de beelden bewerken zodat hun gezichten niet te zien zijn.' 'Ze betalen om deel uit te maken van een filmische ervaring,' zei hij, terwijl hij achterover-leunde in zijn stoel en zijn armen spreidde. 'Een soort Joe Hollywood-deal.' 'Precies.' Ik nam een trek van mijn peuk en knikte. Hij begon de dollartekens te zien. 'Bovendien kunnen we ook echte pornofilms maken. Daar valt goed geld mee te verdienen.' 'Verdomme, Slim, jij hebt altijd de beste ideeën.' Ik schudde mijn hoofd. 'Behalve die keer dat we de motor van je pa jatten en hem in de prak reden.' Hij gromde. 'Hij is er nooit achter gekomen dat wij het waren.' 'Aan wie gaf hij de schuld?' Ik had gedacht dat Ward daarvoor een pak rammel had gekre-gen. Ward grijnsde. 'De Crow. Wat dacht je dat die oorlog begon die de club met hen had voor-dat we de vrede tekenden?' Ik floot door mijn tanden. 'Dat wist ik helemaal niet.' Hij haalde zijn schouders op en drukte zijn sigaret uit. 'Kom op. Laten we het gaan vieren. Morgen brengen we je idee ter stemming.' Terwijl ik hem volgde de menigte in, keek ik naar mijn club. Het was een familiefeest en het zou er behoorlijk wild aan toe gaan, maar niet het soort wild waarbij er naakte wijven op de bar la-gen te slapen. Het bier vloeide rijkelijk, er lag meer eten in de keuken opgestapeld dan we op konden en de achtertuin zat vol met rennende en spelende kinderen. Een van de prospects liep voorbij met een dienblad vol broodjes. Ik griste er een mee, pakte een biertje uit een grote emmer vol ijs en zocht toen een plekje in de hoek om me te verstoppen. Ward zou de komende uren ongetwijfeld verhalen over zijn oude heer moeten aanhoren, maar godverdomme, ik niet. Hij dacht dat ik niet wist hoe slecht zijn pa voor hem was geweest, maar ik wist het wel. Ik zag elke blauwe plek, elke snede. Opgroeien als Wards beste vriend was een les geweest in hoe ik mijn bek moest houden. En hoe ik moest verbergen hoeveel ik om hem gaf, en hoe ik elke verwonding voelde die ik op zijn lichaam zag. Ik had het één keer geprobeerd voordat zijn moeder stierf. Hij had een blauw oog en een dikke lip en probeerde me wijs te maken dat hij van zijn fiets op de stoeprand was gevallen. Ammehoela. We hadden die zomer elke dag van zonsopgang tot zonsondergang samen ge-fietst. Geen schijn van kans dat een stoeprand hem te grazen had genomen. Ik was vanuit school naar huis gegaan en had het mijn moeder verteld. Ze liet me zitten en zei dat als ik verstandig was, ik nooit meer over de blauwe plekken van Ward zou beginnen. Het was een schande dat hij ze had, maar er was niets wat iemand voor hem kon doen. Ze was door haar knieën gegaan, keek me recht in de ogen en vertelde me dat als ik ooit iets zou zeggen, ze me misschien niet zou kunnen beschermen tegen Old Man Bushman, de vader van Ward. De angst in haar ogen heeft me nooit meer losgelaten, en ik heb mijn mond gehouden. Maar het was me wel opgevallen. Ik was er vrij zeker van dat mijn zorgen om Ward de ba-sis waren van mijn diepe genegenheid voor hem, en uiteindelijk van mijn liefde. Mijn blik bleef de hele avond op Ward gericht terwijl hij door de ruimte liep, praatte en lachte en veel handen schudde. Uiteindelijk begon de menigte uit te dunnen naarmate mensen hun kinderen naar bed brachten, de volgende ochtend moesten werken of gewoon weg wilden uit het clubhuis. Het was niet voor iedereen weggelegd. Toen we nog maar met de mensen waren die in het huis woonden, hield ik het voor gezien en strompelde naar mijn bed. Ik had meer bier gedronken dan de bedoeling was, maar het was gebeurd. De kater was een zorg voor morgenochtend. *** Mijn wekker denderde door mijn slaap als een moker tegen mijn schedel. Ik moest ophouden met dat gezopen. In mijn twintiger jaren was dat prima, maar toen ik de dertig eenmaal gepasseerd was, begonnen de dingen te veranderen. Ik deed één oog open, drukte de snooze-knop van mijn telefoon in en trok het laken over mijn hoofd, ook al wist ik dat ik niet te lang kon blijven liggen. Ward had een grote vergadering gepland in de kapel. We waren niet zoals veel clubs die alleen hun clubzaken in het clubhuis afhan-delden. Onze kerk, of kapel, was de omgebouwde eetkamer met een lange eikenhouten tafel en alle bezittingen van de club. Geld in de kluis, dossiers – de legale althans – in de archiefkast. De illegale zaken probeerden we niet op papier te bewaren. Toen mijn telefoon opnieuw tjilpte, rolde ik uit bed en liep rechtstreeks mijn badkamer in. De prospects moesten een badkamer delen, maar elk volwaardig lid kreeg er een voor zichzelf, zelfs als dat betekende dat er een aangebouwd moest worden. Ons huis was in de loop der jaren wat onoverzichtelijk geworden. Toen Wards moeder stierf, kocht Paul, zijn pa, de grote, uitgestrekte boerderij. Telkens als de club het nodig had, bouwden ze aan het huis aan: meer slaapkamers, meer badkamers, een grotere keuken. Nu spreidde het zich uit over het terrein en zag het eruit alsof het met ducttape en gebeden aan elkaar hing, maar verdomme, binnen was het comfortabel. We hadden goed werk geleverd en het stevig gehouden. Na een douche, wat ibuprofen en een enorme kop koffie voelde ik me levendig genoeg voor de grote vergadering. Ward wilde mijn idee ter tafel brengen en dan een nieuwe stemming forceren om legaal te gaan. Het zou niet makkelijk worden, maar als we mijn ondernemingsplan van de grond konden krijgen, zouden we meer verdienen dan ooit tevoren, daar was ik zeker van. Ik pakte mijn map van het bureau in mijn kamer en begaf me naar de kapel. De meeste vol-waardige leden van de Melon Hills-afdeling waren er al en wachtten op mij en Ward. 'Waar is onze prezzie?' vroeg ik terwijl ik in mijn nieuwe stoel ging zitten. 'Ontbijten,' gromde Moose. 'Hij heeft niet gedronken zoals de rest van ons en hij heeft trek.' Hij rolde met zijn ogen en legde zijn hoofd op zijn armen. Ik lachte en leunde achterover, wachtend tot mijn pijnstillers zouden inwerken of tot Ward zou verschijnen, wie van de twee er ook maar eerder was. Ward was de eerste; hij kwam fris en fruitig binnenwandelen. 'Morgen,' zei hij luid. De meesten antwoordden met een kreun. Het clubhuis was leeg. Alle feestgangers van de vorige avond lagen ergens in een slaap-kamer uit te brakken, maar Ward deed de deur toch dicht. 'Er valt veel te bespreken vanmorgen,' zei hij. 'Om het vroege uur van elf uur. Sommigen van jullie moeten eens leren om het wat vroeger op de avond te houden,' zei hij met een lachje terwijl hij aan het hoofd van de tafel ging zitten, een dampende mok koffie in zijn hand. 'Of jij moet langer opblijven, jochie,' zei Uncle. Ward gniffelde. 'Misschien is dat het probleem.' Hij sloeg eenmaal met zijn hamer op de tafel om de vergadering te openen. Iedereen schrok van het geluid en een paar mensen grepen naar hun hoofd. Ik wilde hetzelfde doen, maar beheerste me. 'Zaken die behandeld moeten worden,' zei hij na een slok koffie. 'De toekomst van de club.' 'We moeten er opnieuw over stemmen,' vervolgde hij. 'Maar eerst heeft Slim een idee om aan ons voor te leggen.' Tijd om mijn serieuze gezicht op te zetten. 'We willen allemaal verdienen.' Ik hield een pauze voor het effect terwijl ze knikten. 'We willen allemaal veel verdienen.' Meer knikjes. 'Nie-mand spreekt dat tegen; iedereen wil een goed belegde boterham blijven eten.' Bruise nam het woord. 'Ik heb nu een kind. Die moet ik onderhouden.' Ik stak mijn hand op. 'Man, ik ook. En het is geen geheim dat Ward ons al een hele tijd le-gaal wil laten verdienen. Zijn oude heer hield het altijd tegen, en verdomme, ik ook.' Ik haalde mijn schouders op. 'Ik dacht niet dat we net zo veel konden verdienen.' 'Ik zie ook niet in hoe,' zei Moose. 'Maar ik ben één en al oor.' 'Lijf,' zei ik. 'Seks.' 'Hoe is dat minder illegaal dan peuken?' vroeg Mickey met opgetrokken wenkbrauwen. 'Luister naar me.' Ik legde het allemaal uit: het legale filmen, de Hollywood-ervaring. De soa-testen. Terwijl ik sprak, veranderde hun scepsis in kamerbrede grijnzen. 'We houden de garag-es, we houden de tattooshops. Dat geeft ons allemaal werk om de handen bezig te houden. Iedereen zal een taak hebben. Maar die sekskant zal meer een managementrol zijn. We huren de juiste men-sen in, regelen de handhaving en beveiliging, en misschien hebben we in de club wel een paar mensen die wat praktijkwerk kunnen doen.' 'Bedoel je dat je Bruise een pornoster laat worden?' riep Uncle uit. 'Niemand wil dat zien!' Iedereen lachte en Bruise stak zijn middelvinger op naar Uncle. 'Nee, vuile viezerik,' zei ik met een lachje. 'Ik bedoel dat ik vrij zeker weet dat een van de prospects accountant was voordat hij werd gepakt voor verduistering. Iemand van ons is misschien wel goed in, weet ik veel, porno-belichting of bikinilijnen harsen of die onzin. Ik zeg alleen maar dat voordat we elke functie buiten de deur aannemen, we misschien wat plekken kunnen opvullen vanuit onze eigen gelederen.' Ik kreeg meer instemmende knikjes en blije gezichten. 'En de peuken dan?' vroeg Moose. 'Daar kunnen we niet zomaar even mee ophouden.' Ward zuchtte. 'Nee, het zal niet makkelijk zijn. We gaan contact opnemen met de Crow. De strijdbijl begraven. Als ze meewerken, nemen zij onze route over.' Moose trok een gezicht. 'Weet je dat wel zeker? Die redneck-klootzakken zijn hartstikke onvoorspelbaar.' 'Dat weet ik.' Wards serieuze gezicht trok wit weg. 'Geloof me, dat weet ik. Maar ik zie geen makkelijkere uitweg.' Hij keek de kamer rond, naar de gezichten van zijn broeders. 'Er staat voor volgende week een enorme levering gepland. Daar is al een tijdje aan gewerkt. Ik wil proberen de president van de Crow vóór die rit te ontmoeten, om te zien wat hij ervan vindt om het over te nemen. Als hij ermee instemt, leg ik het voor aan onze leverancier, om te kijken of we de Russen mee kunnen krijgen.' 'Ik denk nog steeds dat we beide moeten proberen,' zei Moose. 'Degenen die in de sigaret-tenhandel willen blijven, kunnen dat doen. Degenen die schoon willen blijven, kunnen schoon bli-jven.' Ward schudde zijn hoofd. 'Te verwarrend. Te veel verdeelde tijd, te veel verhalen die je kloppend moet zien te houden. En iedereen die schoon is, kan als medeplichtige worden vervolgd omdat ze ervan weten. Ik ben pertinent tegen een splitsing.' Moose knikte. 'Ja, oké.' 'Klaar om te stemmen?' vroeg ik. Iedereen knikte. 'Ik zie geen enkele reden om hier anoniem over te stemmen. Geen van ons is zo getrouwd met een van beide richtingen dat we ons voor onze stem zouden schamen.' We hebben lang genoeg illegaal verdiend; iets langer zo doorgaan zou ons ook niet de kop kosten. Waarschijnlijk. 'We stemmen eerst over het legaal gaan, en daarna over hoe.' Iedereen knikte en keek naar Ward. Ward sloeg met de hamer op de tafel. 'Wie is er vóór het legaal gaan?' Hij keek eerst naar mij. Mijn stem zou helpen om de anderen te overtuigen. Ik was jonger maar werd gerespecteerd in de club. 'Ja,' zei ik vastberaden. Hij keek naar Bruise, links van mij. 'Ja,' zei hij. De ja-stemmen gingen de tafel rond tot hij bij Moose kwam, aan de andere kant. 'Nee,' zei hij met opgetrokken wenkbrauwen. 'De sigaretten zijn heel goed voor ons geweest. Waarom iets maken wat niet stuk is?' De tijd die velen van ons over de jaren heen hebben vastgezeten voor smokkel zou sug-gereren dat het wel degelijk stuk was, maar aangezien hij tot nu toe de enige was die tegen had gestemd, maakte ik me geen zorgen. De ja-stemmen gingen door tot de laatste man, rechts van Ward. Mickey, onze Road Captain. Hij zou de teugels overnemen als er iets met Ward en mij zou gebeuren. 'Ja,' stemde hij. 'En een ja van mij,' zei Ward. Soms brengt de president de eerste stem uit, vooral als hij de stemmen van de anderen wil beïnvloeden. Als hij de werkelijke, oprechte stemmen van de club wilde horen, ging hij als laatste. Hij sloeg met de hamer. 'We gaan legaal.' Na een pauze vervolgde hij: 'Nou, we weten alle-maal dat we werk aan motoren willen doen, garages en tattooshops. Bezwaren?' Niemand zei iets, dus hij sloeg opnieuw met de hamer. 'Geweldig. Laatste stemming, ik wil het van iedereen weten. Seks?' Dit keer begon hij bij Mickey en zo de tafel rond. Hij wilde niet dat ik of hijzelf invloed ui-toefende. Iedereen aan tafel zei ja, zelfs Moose. 'Als we dan toch legaal gaan, kunnen we er even-goed wat lekkere wijven aan overhouden,' zei Moose met een schouderophalen. 'Reken maar,' schreeuwde Mickey, terwijl hij met zijn handen op de tafel sloeg. Ward en ik lachten, en ik keek een halve seconde langer naar zijn profiel dan ik had gemoeten. Hij zou waarschijnlijk ook wel van die wijven profiteren. Als ik wilde dat mijn status quo in de club gehandhaafd bleef, zou ik het ook een paar keer moeten doen, anders zouden die meiden gaan praten. Ik was gaan overwegen om het gerucht te verspreiden dat ik problemen of een blessure had en geen seks meer kon hebben. Het zou me de moeite besparen om hem lang genoeg stijf te houden voor een lichaam waar ik me niet tot aangetrokken voelde. Meestal liet ik me pijpen terwijl ik mijn ogen sloot en me Wards volle lippen om mijn lul voorstelde. Verdomme. Terug naar de realiteit. Hij had de rest van de stemmen al geteld terwijl ik met mijn gedachten bij mijn lul zat. 'Ja,' zei ik. 'Seks.' Met een knik herhaalde hij mijn woord en sloeg nog één keer met de hamer. 'Dat is het dan. We regelen de ontmoeting met Crow zo snel mogelijk, en met een beetje geluk is dit onze laatste rit.'

Engagement over time

Not enough history yet to show a trend.